Opéra imaginaire - Hervé Niquet & Benoît Dratwicki

Opéra imaginaire - Hervé Niquet & Benoît Dratwicki ©Arsenal de Metz - Ensemble Le Concert Spirituel
Afficher les détails

In de late middag van een mooie zonnige dag, in de grote zaal van het arsenaal van Metz krijgt fictie gestalte in de vorm van een “denkbeeldige opera”.

Zelfs een denkbeeldige opera in concertversie moet voldoen aan de voorwaarden van het barokke lyrisch theater. Samengesteld in twee bedrijven, is ze voorzien van scènes met hectische tempo’s ondanks het ontbreken van een echte set of decor. Een opera wordt doorgaans opgebouwd door een boeiend en bekend verhaal. Een prinses wordt verliefd op een knappe prins die zelf begeerd wordt door een tovenares-koningin. Deze twee rivaliserende vrouwen nemen het tegen elkaar op in dit “miniatuur” drama. Theatrale specerijen zijn spaarzaam besprenkeld: een snuifje jaloezie en strijd en een handvol liefde... Liefde is vaak de overwinnaar! Voor sommige mensen is dit spaarzaam gekruid voldoende om alle aroma’s van de barokopera te ontwikkelen. Naar onze smaak, ontbreekt enkel het kruid recitatief in de balans van een perfecte schotel !

Bij de creatie van een dergelijke opera stelt men een aantal legitieme vragen. Deze worden beantwoord in de presentatie door Michèle Paradon, artistiek directeur van Arsenal : de opera werd gemaakt ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van Le concert Spirituel en van het centrum van barokmuziek van Versailles (C.M.B.V.- Centre de Musique Baroque de Versailles). Geboren uit de samenwerking van Hervé Niquet en Benoît Dratwicki kan deze denkbeeldige opera op de een of andere manier beschouwd worden als de “Opera van de opera's”.

Hervé Niquet leidt het ensemble op meesterlijke wijze sinds de oprichting in 1987. Als volleerd musicus (instrumentalist, zanger, componist, koordirigent en leider van het ensemble), doet hij ons op energieke wijze het Franse, Engelse en Italiaanse barokke repertoire ontdekken of herontdekken. Al dertig jaar staan Hervé Niquet en zijn ensemble aan de absolute wereldtop van de barokke ensembles.

Benoît Dratwicki studeerde cello, fagot, kamermuziek, muzikale vorming, muziekanalyse, -orkestratie en -geschiedenis aan het Conservatorium van Metz, waar hij afstudeerde. Daarnaast startte hij ook universitaire studies in Metz en vervolgens in Parijs IV aan de Sorbonne. Hij behaalde een master's degree en een DEA in de musicologie. Hij voltooide zijn opleiding in geschiedenis van de muziek, muziekcultuur en esthetiek aan het Conservatorium van Parijs en het Nationaal Conservatorium van Muziek en Dans in Parijs. In 2001 sloot hij zich aan bij de C.M.B.V als gedelegeerde van artistieke relaties en werd in 2006 tot artistiek directeur benoemd. U zult uiteraard begrijpen dat bij iemand met zoveel vaardigheden een zekere angst heerst : de angst om fouten te maken of te blijven stilstaan voor een blanco pagina, zonder inspiratie.

Om toch wat vorming te geven aan een opera ontdaan van decors en kostuums, sprak Hervé Niquet de jonge Anthony Rubier aan, een student aan Beaux-Arts in Parijs. Met de hulp van zijn vruchtbare verbeeldingskracht heeft de student inspiratie geput uit de pracht van Versailles die hij vervolgens geprojecteert op het grote scherm. Het visuele effect is echter beperkt en geeft slechts een variatie aan langdurige beelden weer van de tuinen van het kasteel en de haven waar oorlogsschepen uitvaren te navigeren. Dit vanuit verschillende hoeken, eveneens vanuit vogelperspectief. Hervé Niquet vertrouwt ons toe dat “deze projectie niet tot doel heeft een verhaal te vertellen, maar enkel bedoeld is om een omgeving, een sfeer te scheppen, als ondersteuning van de inhoud van de opera”. Dit kan alleen maar een positieve impact hebben, alhoewel niet alle luisteraars dezelfde mening delen. Een dergelijke visuele creëren vergt nochtans veel tijd en energie om te verwezenlijken. Gefeliciteerd aan deze jonge artiest en veel succes voor de toekomst !

Wat de muziek en de orkestratie betreft : heel majestueus.... Hervé Niquet en Benoît Dratwicki zijn erin geslaagd om een verhaal op te bouwen, gebruik makend van bekende en onbekende barokke meesterwerken. Hun werk bestaat uit de mooiste juwelen van de zeventiende en achttiende eeuw gaande van Campra, Charpentier, Dauvergne, Lully, Marais, Mondonville en Rameau tot Bertin de la Doué, Colin de Blamont, Destouches, Francœur, Leclair, Montéclair, Rebel en Royer.

De twee « medeplichtigen » toveren zeldzame werken uit hun laars, zoals : Le Jugement de Pâris (1718) van Toussaint Bertin de la Doué (1680-1743), Les Fêtes grecques et romaines (1723) van François Colin de Blamont (1690-1760), Méléagre (1709) van Jean-Baptiste Stuck (1680-1755), Jephté (1732) van Michel Pignolet de Montéclair (ca. 1667-1737) en Hypermnestre (1716) van Charles-Hubert Gervais (1761-1744).

Het ensemble, onder leiding van Hervé Niquet munt uit in zijn snelle bewegingen en zorgt voor een verkwikkende lezing van de Ouverture van de heroïsche pastorale Titon et l’Aurore van Jean - Joseph Cassanéa de Mondonville (1711-1772). De 28 muzikanten blijven geconcentreerd, hun spel borrelt van de energie, ze vullen de ruimte en hebben de kleinste nuances onder de knie.

De aria Air tendre des Fêtes d’Hébé van Jean-Philippe Rameau (1683-1764) wordt gebracht met veel zachtheid, net als de aria l’Air du Carnaval du Parnasse van Mondonville. De smeekbede van de tovenares-koningin klinkt wonderlijk in de Prélude des Amours de Tempé van Antoine Dauvergne (17313-1797). De gebruikte formules lijken eenvoudig voor het tot stand komen van de rijke harmonieën.

Niet alleen de tederheid in de liefde wordt perfect in de muziek uitgedrukt, de muzikanten zijn ook zeer gedreven in het uiten van de “bravoure”. Ze gaan op oorlog en zijn niet bang voor confrontatie. Ze “donderen” bij de interpretatie van de Tonnerre, Hippolyte et Aricie van Rameau. De weerelementen lossen elkaar af onder de “rukwinden” van fagotten, hobo's en strijkers : la Tempête, Alcyone, Marin Marais (1656-1728). Niemand kan onverschillig blijven bij de prachtige interpretatie van Le Concert Spirituel.

Het koor verdient evenveel lof. Er zijn achttien zangers: vijf sopranen, vier hautes-contre (mannelijke stem met bijzonder hoog bereik), vier “tailles” (diepe tenorstem) en vijf bassen. Hun talrijke interventies behouden van begin tot einde duidelijkheid in meningsuiting; de tekst is dus zeer begrijpelijk. Dieu, grand Dieu, sois sensible… (Hercule mourant van Dauvergne) bezit de nodige vocale sterkte en wordt afwisselend gebracht met de tovenares-koningin. De mannelijke zangers brengen “duisternis” en “zwarte klanken” om de Quels éclairs menaçants, […], la foudre gronde (Sémélé van Marais) zo getrouw mogelijk te interpreteren. Ook de dames van het koor brengen ons in verwondering met mooie passages, zoals Pleurons, levons les yeux vers les saintes montagnes (Jephté van Montéclair) en getuigen van een extreme finesse.

De denkbeeldige opera beschikt nu dus al over een Maestro, uitstekende muzikanten en een homogeen koor. Enkel de solisten, protagonisten van het verhaal, ontbreken nog aan het plaatje.

De rol van de prinses wordt toegekend aan de Engelse sopraan Katherine Watson. Ondanks wat medische zorgen en de onmogelijkheid om vervangen te worden, gaat ze toch de uitdaging met succes aan, soms een beetje ten koste van haar dictie. Met behulp van haar uitstekende techniek, verzorgt ze haar zang tot in de puntjes. Ze bereidt elke aria voortreffelijk voor, en brengt haar eerste aria Règne toujours dans ces bocages (Le Jugement de Pâris van Bertin de la Doué). Vermeldenswaardig is ook de discrete interventie van cellist Tormod Dalen en het expressieve geluid van de hobo door Héloïse Gaillard. Haar stem is puur en licht en schittert als ze over de dood van de Prins zingt, Tout ce que j’adorais n’est plus, […], Pour la dernière fois, le prince a vu l’aurore, uit de lyrische tragedie Pyrame et Thisbé van François Francœur (1698-1787) en François Rebel (1701-1775). Haar stem klint harmonisch in de samenzang met de andere solisten.

De Belgische Haute-contre Reinoud Van Mechelen is het enige, fel begeerde, mannelijke personage. Hij bezit een mooie projectie en duidelijke dictie. Dit wordt meteen al duidelijk tijdens zijn eerste aria. Hij brengt voortreffelijk Hâtons-nous, courons à la gloire (Dardanus van Rameau), harmonieus ondersteund door strijkers en klavecimbel (Elisabeth Geiger). In de aria Lieux funestes, où tout respire… , eveneens uit Dardanus, bevestigt de tenor zijn vocale capaciteiten en flexibiliteit met mooi afgeronde diepe noten en zachte hoge noten. De versieringen, zonder franje, zijn heel leuk om aan te horen. De instrumenten (viool, cello, contrabas, fagot en klavecimbel) worden ingezet om de vocale lijn te ondersteunen.

Het is de Franse mezzo-sopraan, Karine Deshayes, die de rol van de “slechterik” toegedeeld krijgt. Ze gebruikt haar warme stem om de tovenares-koningin te belichamen en slaagt daar met glorie in. De aria Dieu, grand Dieu (Hercule mourant van Dauvergne) zet haar vocale kracht extra in de verf. De mooi ontwikkelde vibrato is harmonieus en ze blinkt uit in het medium en hoge register; jammer genoeg lijkt ze wat minder zeker bij de lage tonen. Haar expressieve zoektocht komt tot leven in de klaagzang Quel prix de mon amour, quel fruits de mes forfaits (Médée van Marc-Antoine Charpentier, 1643-1704). Overvallen door wroeging, schreeuwt ze haar pijn uit in Le prince n’est plus ! Je cède à ma mortelle peine : dans l’éternelle nuit c’est moi qui l’ai plongé (Les Muses van André Campra, 1660-1744).

De opera kan enkel worden besloten met een happy end waarin de liefde triomfeert. Hervé Niquet sluit af met het indrukwekkende Passacaille van Jean-Baptiste Lully (1632-1687). De koren, solisten en instrumenten klinken goddelijk in de oren... Alle kunstenaars, hier vermeld of niet, verdienen een lovend en warm applaus.

Deze Opéra imaginaire ter ere van de dertigste verjaardag van Le Concert Spirituel en het C.M.B.V zal niet onopgemerkt voorbij gaan noch uit ons bewustzijn gewist worden en zal beslist een stempel drukken op onze visie van de barok. De mythische leider verrast ons tot het laatste moment. Met de nodige humor bedankt Hervé Niquet Luc Devanne (basgitaar, ‘instrument dat we eigenlijk niet horen’ volgens de maestro) voor zijn loyaliteit vanaf het begin. Ook bedankte hij De dame van de Spaanse herberg, Michèle Paradon. En nodigt hij iedereen uit om uit volle borst Joyeux anniversaire mee te zingen.

Bravo Maesto Niquet !



Publié le 16 nov. 2017 par Jean-Stéphane Sourd Durand, vertaling in het Nederlands : Marina Somers